AARON DAEM

 

Het schilderij als proces, zoekende naar individuele rechtvaardigheid of betekenis. Het schilderij dat verwijst naar zich zelf als object, als ambivalent, als ingreep. De ingreep als verplichting, omdat de keuze om te schilderen gemaakt is. Het schilderen zelf dat de rede en het zintuigelijke verbind, niet tegenstrijdig over elkaar maar als diagonalen. De handeling in zijn speelsheid en materie, neerkijkend op je eigen vingers. De esthetische waarden dient niet als afleiding maar zoekende het beeld te benoemen. Suggereren tussen de werkelijkheid en het droombeeld. Het schilderen als conflict. Zwevend tussen domheid en het intellect. Twistende met het spreken of zwijgen, het ‘zijn’ of het al dan niet ‘zijn’.