PETER WEIDENBAUM

 

 

Het werk van Weidenbaum laat zich niet inschrijven in stijlelementen of constanten. Het is eerder een onderzoek naar onze beeldcultuur en het materialiseren van gedachten binnen de context van de kunst. Wij kijken met ons brein. Dat is het uitgangspunt van zijn beeldonderzoek; of het zich nu toont in een sculptuur, in een installatie of geschilderd op doek. Het werk van Weidenbaum is een reactie op de dictatuur van de werkelijkheid en een zoektocht naar het metafysische.

Stravinsky zei ooit dat het nieuwe zijn wortels heeft in de traditie. Met de werken in de huidige tentoonstelling brengt Peter Weidenbaum het klassieke naar het postmoderne en refereert hij naar momenten uit een recent verleden. Hij speelt met fijngevoelige toets het picturale lied van iets dat is geweest. Door het kleurgebruik en de bijna wiskundige opbouw in sommige van de schilderijen krijgen we het gevoel dat het kristallisaties zijn van gedachten of emoties. Al snel raakt men de tel kwijt en zit men mentaal vervoerd in zijn verhaal, in een
andere ‘state of mind’.

Net als de symbolisten in het begin van de twintigste eeuw geeft hij vorm aan onze innerlijke subjectieve wereld, aan onze innerlijke verbeeldingskracht en intuïtie. Men kan niet anders dan in het huidige werk relaties of referenties zien en voelen van kunstenaars zoals bijvoorbeeld Leon Spilliaert, William Degouve de Nuncques en, wat verder van huis, naar de sfeer en de picturale sensitiviteit in het landschappelijke werk van James McNeill Whistler en Edward Hopper.

Zoals Willem Elias in zijn boek ‘Aspecten van de Belgische kunst na 1945’ al met een chirurgische precisie onder woorden bracht,
is het huidige werk van Peter Weidenbaum dan ook onder de noemer van het ‘neo-
symbolisme’ te categoriseren.
De schilderijen waarmee we in de huidige tentoonstelling worden geconfronteerd, zijn hiervan bijna pathognomonische voorbeelden, om het met een medische term te duiden. Beelden die op het eerste zicht vanzelfsprekend lijken prikkelen het onderbewuste en brengen wazige, innerlijke twijfels naar boven die de evidentie ondermijnen van de beelden die getoond worden. Dit stilstaan bij de werkelijkheid, die door de kunstenaar werd vastgelegd op basis van film of foto’s en vertaald werd als schilderijen, intensiveert deze dubbelzinnigheid. De keuze van het motief is specifiek maar ondergeschikt aan wat het bij de kijker oproept. De huidige werken zetten de kijker boven de tijd, brengen ons bij de kracht en de schoonheid van de poëzie.

Weidenbaum schildert zijn olieverven aangelengd met speciaal geprepareerde terpentijn om de boel schraal, cool en mat
te laten optrekken. Voor hem niet de glansvernis van de zogenaamd chique schilder.
Hij borstelt liever op stevige canvassen, strak opgespannen over een kloek houten kruis, en hij schildert met opvallend veel voelbare compositorische energie. Het opulente zwart, dat het momentane beeld ten dele opslokt, heeft weinig te maken met enige romantische soleil noir de la mélancolie; het draagt wel volop bij aan de sfeer van anonieme dreiging die hij heeft opgesnoven in het filmwerk van hedendaagse regisseurs als David Lynch en Lars von Trier.

Kalmte voor de storm: dat is de gespannen sfeer die opstijgt uit Weidenbaums getuigenis van een moment en een plaats, in een spel van licht in het donker, dag in de nacht, leegte in de volte, helderheid in duisternis, wekelijkheid in de illusie.

Tekstfragmenten uit een schrijven van
Geert Verswijvel en Frans Boenders