PIETER JAN MARTYN

 

Wie ben ik? Waar kom ik vandaan, wat moet ik hier en wat heeft de ‘Ander’ ermee te maken? Een reeks existentiële vragen die we onszelf allemaal wel eens stellen. Al zeker in deze donkere tijden die ons steeds vaker op onze grondvesten doen daveren. Pieter jan Martyn zoekt een antwoord op deze vragen doorheen zijn historisch en filosofisch getinte schilderijen.

Martyn werkt rond verschillende thema’s, waar desalniettemin een rode draad doorloopt. Meestal gaat het over historische sleutelmomenten, vaak in de criminele sfeer: het Neurenbergproces, de links-extremistische terreurgroep RAF die verantwoordelijk was voor talrijke moorden, bankovervallen en bomaanslagen, de moord op bekende figuren zoals J.F. Kennedy, de artiest op zijn sterfbed, de brand in de Innovation, de autopsie op de Amerikaanse gangster John Dillinger… In al deze werken stelt Martyn concepten als lijden, waarheid, gerechtigheid en berechting in vraag.

Dat doet hij door de historische feiten in verschillende, al dan niet geënsceneerde beelden, te vatten. Nu eens schildert hij de waarheidgetrouwe afbeeldingen, naar foto’s, dan weer fictieve taferelen. Voor hij aan een werk begint, documenteert hij zich grondig. Hij legt een eigen naslagwerk aan met belangrijke data en gegevens. Martyn interpreteert de feiten, haalt de personages uit hun historische context. Zijn bedoeling is de mediarepresentatie van de figuren in kwestie in twijfel te trekken en hun persoonlijke kant naar voren te laten komen. Hij laat dader en jury bijvoorbeeld van plaats wisselen. Schuld wordt plots een permeabel gegeven.
Om afstand te creëren met het beeld enerzijds en zichzelf dichter bij de feiten te brengen anderzijds, treedt Pieter jan vaak zelf op als protagonist. Zo zette hij zijn eigen dood in scène. We zien de kunstenaar liggen op zijn sterfbed, met een groepje vrienden er rond. Zijn eigen ‘dodenmasker’ ligt in de vitrinekast in zijn atelier, in het gezelschap van enkele dode vogeltjes, dierenschedeltjes en andere memento mori. Het werd me al snel duidelijk dat Pieter jan vaak bezig is met de dood. Misschien komt daar wel de drang uit voort om de menselijke inborst te analyseren?

Pieter jan Martyn schildert immers niet om te schilderen. Een gesprek met deze jonge kunstenaar maakt al snel duidelijk dat hij meer is dan een kunstschilder. Hij is in de eerste plaats een filosoof die zijn schilderijen gebruikt als taal om zijn ideeën te ventileren. Zijn schilderijen zijn, net als zijn gedachtegang, existentialistisch. Pur sang. De denkwijze die in zijn werken doorsijpelt doet erg denken aan de Ich-Du en Ich-Es filosofie van de joodse wijsgeer Martin Buber. Buber stelt dat we de Du (Jij) – nodig voor de realisatie van ons eigen bestaan – dikwijls herleiden tot een Es (Het). Met andere woorden: we beschouwen de ‘Ander’ als een object. Martyn grijpt met zijn schilderijen terug naar de Du en gelooft in een dialectische relatie tussen zichzelf en de ander. Hij stelt zich de vraag: Als er zowel goed als kwaad schuilt in mezelf, kan het goede dan ook niet schuilgaan in de misdadiger, die tot Es gereduceerd werd?

In zijn nieuwe werken treden bloemenportretten op de voorgrond met meer kleur. Kleuren die in schril contrast staan met de ernst van zijn andere thema’s. En toch sluiten ze aan bij de rest van de werken want bloemen duiden evenzeer op vergankelijkheid, vanitas.

Ook qua techniek zijn de schilderijen vrij onorthodox. Ze worden in eerste instantie vrij realistisch aangezet; daarna steeds opnieuw oversaust met transparante grisailletinten. Hij bekomt een sterke gelaagdheid door iedere verflaag vast te leggen, te beschermen met transparante acryl. Soms schuurt hij terug tot op de vorige beeld of nog dieper. De beelden zitten gevangen onder een melkachtige sluier waardoor hij een soort holografisch, gepolijst effect bekomt. Ze doen ook wel denken aan afgebleekte foto’s. Het zijn ongrijpbare taferelen. Gevlekte schaduwpartijen suggereren vormen, figuratie. Dat zorgt ervoor dat de toeschouwer zich niet verliest in de details van het schilderij, maar stilstaat bij de scène, de feiten en tegelijkertijd een zekere afstand gewaar wordt.

Ondanks het historisch kader waarin zijn werken zich afspelen, zijn ze brandend actueel. In tijden van terreur en eminente dreiging wordt het soms moeilijk nog helder na te denken. We vervallen soms in ongenuanceerde discoursen en denkwijzen. Niet onlogisch en uiterst menselijk. Martyns werken, die gelijkaardige feiten vertolken, helpen ons afstand te creëren en alles op een alternatieve manier te bekijken. Pieter jan Martyn doet geen poging om de geschiedenis te herschrijven. Hij probeert ons evenmin te onderrichten. Zijn schilderijen stellen wel ons beoordelingsvermogen aan de kaak en reiken een ander denkkader aan. In de eerste plaats voor de kunstenaar zelf. Hopelijk ook voor ons.