STEFAN SERNEELS

 

De duistere huiselijke scènes van Stefan Serneels (1968) zijn doordrenkt met een psychische spanning. De kunstenaar, die zowel met potlood als Oost-Indische inkt tekent, zet de interieurs en figuren met grote licht-donker contrasten aan. Collage biedt hem een uitweg uit zijn fouten. In een voltooide tekening zijn vaak stukken uit verschillende tekeningen samengebracht.
Serneels is met deze werkwijze begonnen toen hij, na lange tijd sculpturen gemaakt te hebben, het tekenen met potlood weer oppakte. Hij beschouwt dit als de meest directe techniek van tekenen, ongekunsteld en puur. Het werpt je terug op de basis en is daardoor niet makkelijk.
Toen hij merkte dat hij te veel ideeën in een tekening stopte, begon hij de ‘goede’ of ‘zuivere’ stukken uit de tekeningen te knippen en samen te plakken tot een panoramische collage.
Over het sleutelwerk dat deze methode introduceerde zegt hij: “Het is begonnen in 1999, met een tekening die nog altijd bij mij in de gang hangt en waar ik altijd naar kijk als ik erlangs loop: een houtskooltekening van een staande jongen waarvan je het bovenste deel ziet (vanaf de onderbuik) en die zielloos voor zich uit staart. Daar had ik een omgeving rond gemaakt met houtskool die ik niet goed vond. Ik heb dan het silhouet van het figuur uit een ander blad gesneden en de rest over de oorspronkelijke tekening geplakt. Zo zie je enkel het figuur, zonder omgeving, wat een veel essentiëler beeld is.”

Hij heeft van een belemmering een creatief proces gemaakt. De mogelijkheid om delen uit te knippen heeft hem mentaal vrij gemaakt. Dat is essentieel, zeker als je zoals Serneels tekenen ziet als een directe vertaling van geestelijk naar materieel. Daar waar eerder het werkproces voortdurend verlamd werd door zijn oordelende vermogen (‘Pff, hoe klassiek’ bijvoorbeeld), kan hij nu vrijer werken in de wetenschap dat als het mislukt hij nog altijd de goede gedeelten uit een tekening kan hergebruiken. ”Fouten sluipen hoe dan ook een creatief proces binnen, het zijn tekortkomingen die je oplost door ze te maken. Fouten zijn pas fout als ze storend werken in een beeld. Je mag ze nooit verhullen, hoewel ik soms de indruk heb dat ik dat doe door ze weg te knippen. Maar eigenlijk is dat geen verhulling maar een essentialiseren.”
Fragment uit het artikel: “Try again, Fail again, Fail better. De rol van fouten”, Nanda Janssen, verschenen in Kunstbeeld, #5 (meinummer), 2011