WANNES LECOMPTE

 

Schilderkunst – wat een gedoe – een schilder moet altijd maar rekening houden met de tradities en met het al decennialang aangekondigde finale einde van de schilderkunst. En toch blijft de schilderkunst vandaag nog altijd buiten schot – zelfs met een massief offensief van het bewegende beeld dat zich schikt naar een meer instant en snel kijken naar alles, zoals ook naar de wereld. Wannes, de muzikant – de man die met cymbalen en zonder trom de straten en pleinen van gemeenten onveilig maakt met zijn ritmische geschal zoals een eigentijdse tot leven geroepen figurant uit het beeldend literaire oeuvre van Paul Van Ostaijen. En nu houdt Wannes zelfs de kerk in het midden en toont er nu in een klein kerkje 2 reeksen met beduidende titels; de 4 grote werken leunend tegen de muur dragen de titel “Wat goed is, moet eruit” en de reeks rustend op latten is een hommage aan de pas overleden Prof. van Wannes van “Voor Joris Ghekiere”. De kerk leidt in eerst instantie de lectuur van deze schilderijen in één of andere sacrale sfeer – in schilderijen die allemaal erg hun best doen geen beeld te willen zijn. De verf schraapt zich in alle werken in een in elkaar schurkende orde dicht opééngepakt rond de dreigende en tegelijk spierwitte leegte van het doek. De kleuren smelten en wringen zich klonterend in elkaar als een soort ongekend en ongewild geologisch sediment. Het niet willen denken van de schilder tijdens het creëren genereert paradoxaal genoeg toch een waarneembaarheid waarbij de neiging naar compositie het licht en dus “kleur” (be)ziet. De doeken achteruitleunend tegen de stevige muren van de kerk vertonen als bij een partituur een minimaal ritme – een ritme dat het kijken op de cadans brengt van het deinend kijken in en tussen de plooien van de verf in een of andere organische vorm… Deze schilderijen staan er zonder enige vorm van welsprekendheid; de verf dobbert op het witte canvas en vertoont in een mix van traceerbare handelingen van de schilder een zeer persoonlijke, unieke en niet en nooit meer voor herhaling vatbare schriftuur. Waar gaat de schilderkunst méér over dan over de verf die zich als substantie een weg drijft naar het oog van de toeschouwer. Het oog als ultieme camera, als ultieme scheidsrechter – als een bol die alles in zich draagt. De werken, gespijkerd op houten latten doen zich voor als protestplaten – ze lijken wel te willen wegwandelen… ze zijn een hommage aan zijn leraar Joris Ghekiere die onlangs heen ging. In deze potige werken lijkt een mens meer de neiging te vertonen de abstractie aan interpretatie te onderwerpen. Zonder dat Wannes dat wil, ziet een mens figuren opduiken én opdoemen vanuit de verf – zonder dat de kunstenaar dat kan en wil verhinderen… De schilderkunst van Wannes is ronduit vrij – en laat zich niet ‘beveiligd’ ringeloren door de kracht en dwang van de zichtbare realiteit. Zijn picturale productie is een ode aan de vrijheid van denken en doen – het is kunst waar muziek in heerst en waarbij de helle klank van cymbalen zich laten leiden door tromgeroffel dat onze tijd met alerte tred begeleidt én laat zien en voelen dat alleen vrijheid bestand is tegen de angst van de leegte.